In de bergen ten Noordoosten van São Paulo, ongeveer twee-en-een-half uur met de bus, ligt de plaats Camanducáia. Vanaf deze stad lopen zandwegen verder de bergen in. Na ongeveer een uur over een van deze wegen, door een van de vele dalen kom je langs een gemeenschap van leden van Pinkstergemeente rondom een kerk, af en toe een huis en plotseling staan daar een op een helling de gebouwen van de Araucária School. Volg je de weg nog verder, dan blijken er in de bossen toch nog meer huizen te staan, er is een houtzagerij en een kruidentuin en het is duidelijk dat het bos geëxploiteerd wordt. Er wonen dus meer mensen dan je op het eerste gezicht denkt.
In het dal worden vooral aardappelen verbouwd, die zwaar worden besproeid met verdelgingsmiddelen. Dat heeft tot gevolg dat de gezondheid van vele volwassenen en kinderen is aangetast. In dit dal gingen de kinderen van de merendeels analfabete ouders voor het grootste deel niet naar school en dat is de reden geweest dat er een vrijeschool is ontstaan. De stichter van de school motiveerde dit als volgt: 'Ik wilde de kinderen tot mensen laten opgroeien en niet tot dieren.
Nu heeft de school negen klassen en een kleuterklas; oud-scholieren gaan voor een deel naar vervolgonderwijs in de stad, waar zij blijken een heel goed niveau te hebben. De school is tot nu toe vooral gefinancierd uit particuliere gelden, terwijl de salarissen en een klein deel van de exploitatie door de gemeente worden betaald. De associação geeft de leraren een suppletie op de zeer lage lonen, omdat zij anders gedwongen zouden zijn er een tweede of zelf derde baan bij te nemen en zorgt voor huisvesting voor een lage huur. Het grootste probleem is dat vele leerkrachten het geïsoleerde bestaan niet lang volhouden.