
Ongeveer vijftig jaar geleden werd in Brazilië de eerste vrijeschool gesticht, de Rudolf Steiner School in São Paulo, door Duitse immigranten. Onder de koepel van deze school, die lange tijd een echte Duitse model-vrijeschool was, met Duits als voertaal, werden dochterscholen gesticht: het Colegio Micael in een ander deel van SP en de Aitiara School bij Botucatu, een stad op ongeveer 200 km afstand van SP. In beide scholen werd wél Braziliaans gesproken, wat trouwens later ook in de Rudolf Steiner School verplicht werd gesteld. Inmiddels zijn er op vele plekken in het reusachtige land 17 scholen en vele kleuterklassen, en daarnaast zijn er overal, vooral in São Paulo, humanitaire en culturele wijkontwikkelingsprojecten ontstaan, die ook vanuit de vrijeschoolpedagogie proberen te werken.
De Steiner School bepaalde lange tijd hoe vrijescholen in Brazilië zouden moeten werken en georganiseerd moesten zijn. Alle wat oudere scholen en initiatieven, ook het wijkontwikkelingsproject en cultureel centrum Monte Azul, vielen onder de rechtspersoon daarvan en hadden indertijd allemaal de 'non-profit' status hadden. Een aantal jaren geleden hebben Monte Azul en de jongere scholen zich echter losgemaakt en eigen rechtspersonen, Associação’s, opgericht, waardoor de scholen hun status van 'non-profit' kwijtraakten; alleen Monte Azul kon deze vanzelfsprekend behouden. De Aitiara School heeft deze status nu net weer terug, waardoor bepaalde belastingen op de leraarssalarissen nu niet meer betaald hoeven te worden, Colegio Micael is nog doende deze terug te krijgen. Voor Nederlanders is het gek, dat een school als winstgevende onderneming beschouwd wordt, maar voor Brazilië en heel veel andere landen is dat heel normaal, omdat privé-scholen en universiteiten daar heel vaak worden opgezet om er geld mee te verdienen. En omdat de vrijescholen in Brazilië, op twee na, volgens de wet privé-scholen zijn, treft dat lot ook hen.

Je zou kunnen denken, dat het veel beter zou zijn, de vrijescholen allemaal staatsscholen of gemeentescholen te laten worden zodat er ten minste geen geur van 'winstmaken' aan kleeft. Dat zou echter tot gevolg hebben, dat aan de ouders geen enkele bijdrage meer gevraagd zou mogen worden. En omdat financiering door de gemeente zich zou beperken tot vergoeding van de salarissen voor ongeveer vier uur per dag - terwijl er op de meeste scholen minstens zes uur wordt lesgegeven – en er misschien nog een kleine bijdrage voor onderhoud van de gebouwen en de verplichte warme middagmaaltijden verstrekt zou worden, zou er nog steeds veel geld bij moeten. Bovendien zouden de leerkrachten geheel bevoegd moeten zijn, dwz. over een universitaire opleiding moeten beschikken. En bij een vacature zouden werkloze leerkrachten uit de gemeente moeten worden aangesteld, die niets van vrijeschoolonderwijs weten. Araucária bij Camanducáia en Vale de Luz bij en in Nova Friburgo (bestaat inmiddels uit twee scholen), zijn zulke gemeentescholen, maar zonder giften van buiten zouden zij beslist geen vrijescholen hebben kunnen worden. Daarmee hebben zij grond en gebouwen betaald en geven zij de leerkrachten een suppletie op hun erg magere gemeentesalarissen.
De bevoegdheidseis geldt nu ook voor alle vrijescholen en projecten en dat betekent voor dat de leerkrachten die onvoldoende opgeleid zijn, een universitaire graad moeten halen waarbij zij vaak eerst hun te gebrekkige vooropleiding zullen moeten aanvullen. Dit geldt sinds een aantal jaren ook voor kleuterleidsters en leidsters kinderopvang.
Het voert te ver hier uitgebreid op het onderwijssysteem in te gaan, maar het is duidelijk dat onderwijs business is in Brazilië, net zo als in Noord-Amerika. Overal hangen grote reclameborden voor alle mogelijke scholen, van de kinderopvang tot en met de vooropleiding voor de universiteit. Als je maar betaalt, is een goede opleiding verzekerd.

Alle scholen en projecten die bezocht zijn, zijn voor investeringen in grond en gebouwen, voor verbouw en nieuwbouw grotendeels aangewezen op donoren. Hierbij speelt de Software Stiftung uit Darmstadt een belangrijke rol. Gewoonlijk moet daarbij door het project een bepaald percentage worden opgebracht. Ook is er heel veel gebouwd met behulp van 'BMZ' dwz. het Duitse ministerie van ontwikkelingssamenwerking, ( Aitiara en Monte Azul) via bemiddeling van Die Freunde der Erziehungskunst in Duitsland.
Voor materiaal, boeken, meubilair, etc., maar ook voor de lopende huishouding, voor de opleiding van de leerkrachten en hun begeleiding door externe begeleiders, kennen alle projecten daarnaast donoren in vele landen, ook in Brazilië zelf. De voornaamste donor van bijv. Araucária is een Braziliaanse bank, van Vale de Luz een Zwitserse stichting, Aitiara had gedurende zeven jaar de Driebergse vrijeschool als partnerschool.
Een ontwikkelingsproject dat in aanmerking wil komen voor gemeentelijke financiering, moet aan vele nogal strikte eisen voldoen, zodat het de eerste jaren 100% afhankelijk is van schenkingen. Bij ontwikkelingsprojecten als Monte Azul en Estrela Nova, die ook zo begonnen zijn, is het percentage financiering vanuit Brazilië zelf langzaam toegenomen en bedraagt nu ongeveer 60%, bij de Araucária School, een gemeenteschool, betaalt de gemeente 50%, bij Vale de Luz, met dezelfde status, schat ik het op 40%. Maar alle bouw bij vrijwel alle projecten is met behulp van donorgeld betaald en zelfs een project als Estrela Nova in SP, dat het onderste uit de Braziliaanse kan weet te slepen, zou onmogelijk het zozeer gewenste sport- en cultuurcentrum kunnen bouwen zonder hulp van buitenlandse, in dit geval Nederlandse, fondsen (Wilde Ganzen actie).
Sinds ongeveer vijf jaar is er in Brazilië een Federação, dus een Bond of Vereniging van Vrije Scholen. Er wordt hard aan gewerkt, de organisatie en communicatie binnen de scholen via cursussen te verbeteren en er worden ook vanuit de Federação begeleiders, bijv. mensen die een vrij jaar hebben, naar de scholen gestuurd om her en der te helpen. In Brasilia kwamen wij een leerkracht uit SP tegen op de Moara School, in Vale de Luz werd door een kleuterleidster van Aitiara met de kleuterleidsters gewerkt. Door de jaarlijkse bezoeken van Lex en Hanneke Bos aan Brazilië, gedurende 25 jaar, is er veel sociaalpedagogisch werk van de grond gekomen en een van deze organisaties werkt nauw met de Federação samen . Vanuit dit werk is er een samenwerkingsverband ontstaan van ongeveer 80 ontwikkelingsprojecten, Corrente Viva, waarin de initiatiefnemers van Estrela Nova zeer actief zijn.
Daarnaast is er een actieve afdeling van de Alliance for Childhood: de Aliança pela Infância, waarvoor Ute Craemer, de grondlegster van Monte Azul, zich inzet.
www.aliancapelainfancia.org.br

De rijkste school is de Rudolf Steiner School. Daar betaalt een ouder $R 950, dwz. ongeveer €300 per maand/kind. Andere scholen vragen $R 300 – 500. In de humanitaire projecten betalen kinderen en hun ouders alleen kleine verplichte bijdragen voor de medische hulp en de tandarts, in de heilpedagogische projectjes betalen de ouders in principe als op de scholen. Gewoonlijk kan maar een deel van de ouders schoolgeld betalen, in de Tobiasschool Travessía bijvoorbeeld betaalt nog niet de helft van de ouders, in de Aitiara School zijn 45% niet-betalende ouders, waarvan een derde leerkrachten zijn.
Het verschijnsel 'ouderbijdragen naar inkomen' is in Brazilië onbekend, alle ouders betalen evenveel. Op Aitiara werd gezegd, toen wij onze verwondering hierover uitspraken: 'voor een rijke is het pakje boter toch net zo duur als voor een arme?' Dat een bijdrage voor onderwijs iets anders is dan wat je betaalt voor een pakje boter, is kennelijk niet voor iedereen duidelijk.
Een leerkracht verdient tussen $R 1000 en 3000. Van het laagste bedrag kan een gezin niet leven en vele leerkrachten hebben daarom bijbaantjes. Soms krijgen de leerkrachten maandelijks naast hun salaris een zgn. 'cesta basica', dwz. een doos met levensmiddelen. Op het platteland is het leven goedkoper en wonen leerkrachten soms in huizen die eigendom zijn van de school (Araucária) of krijgen zij een tegemoetkoming in de huur.
Medewerkers in de humanitaire projecten verdienen vaak minder dan $R 1.000 en leven vaak heel sober.
De participatie van de ouders en deelnemers in het reilen en zeilen van de scholen en projecten is niet overal optimaal, al wordt er de laatste jaren veel aandacht aan besteed. Maar mensen en met name arme mensen leren verantwoordelijkheid te dragen, is geen eenvoudige opgave, wat ook te maken kan hebben met de cultuur (zie hierna). Hoe het aangepakt kan worden? Een voorbeeld: Herminia Schoenmaker, de directeur van Estrela Nova in SP, zei naar aanleiding van een diefstal: 'Ik heb tegen hen gezegd: als jullie niet zorgen dat er niet gestolen wordt, houdt het gewoon op en ga ik iets anders doen. Het is jullie project en niet het mijne'.
Het blijkt een moeizame weg te zijn de deelnemers waarvoor het project is opgezet, zover te krijgen dat zij zélf allerlei taken op zich nemen en functies willen vervullen. Maar lukt dit, dan kunnen daardoor een aantal problemen op het gebied van vernieling, inbraak, etc. veel gemakkelijker worden overwonnen.
Er werd ons eens verteld, dat de huidige Braziliaanse cultuur nog steeds de kenmerken vertoont van meester-knecht verhoudingen, voortvloeisel van o.a. de pas ongeveer honderdvijftig jaar geleden afgeschafte slavernij. Een slaaf, een knecht draagt geen verantwoordelijkheid, moet alleen doen wat de meester hem zegt. Arme mensen die hun kinderen bij humanitaire projecten onderbrengen en arme ouders die hun kind aan een school toevertrouwen , lijken ook heel gemakkelijk alle verantwoordelijkheden die zij als ouders hebben, over te dragen aan zo’n project of school. Zij leveren het kind ’s morgens vroeg af, het krijgt daar alle maaltijden, schone luiers en gewassen kleren, slaapt er ’s middags, speelt er en leert er van alles en schoon en met een volle buik komt het ’s avonds weer thuis. De moeders - vaders zijn vaak alleen sperma-donors - zijn allang blij dat zij ergens in een of ander inferieur baantje kunnen werken, waar zij vaak ook niet leren verantwoordelijkheid te dragen. Hoe moet je nu zo’n moeder betrekken bij een project, bij een school? Een heilpedagogisch project dat wij bezochten, werd het op een gegeven moment echter te gortig dat de kinderen vuil en met vieze luiers ’s morgens werden afgeleverd en het stelt nu als eis dat de kinderen met schone luiers op school komen. Maar zelfs dat bleek voor sommige ouders een eis, die pas na lange tijd en veel praten werd nagekomen.

Een extra handicap voor het ontwikkelen van verantwoordelijkheid bij de Braziliaanse ouders en kinderen vormt het feit, dat velen thuis een empregada, dienstmeisje, hebben, dat opruimt, schoonmaakt, wast, strijkt, kookt en afwast. De ouders én de kinderen laten hun vuile borden op tafel staan, helpen niet mee tafel dekken en ruimen vaak hun kamer en speelgoed niet op. De gegoeden hebben naast zo’n empregada ook nog een tuinman/chauffeur en een échte schoonmaakster. Ook bepaalt het voorbeeld dat de ouders in hun gedrag t.a.v. deze dienstnemers tonen, mee, hoe de kinderen zich tegenover hen gedragen én hoe zij later hún huispersoneel zullen behandelen. Het wonderlijke is, dat iedere Braziliaan die het zich ook maar enigszins kan permitteren, dus zodra hij/zij de armenstatus enigszins te boven is gekomen, een empregada heeft. De scholen hebben dus ook veel ondersteunend personeel, dat kookt, afwast, koffie zet, koek bakt, schoonmaakt en opruimt en gewoonlijk zijn er ook tuinlieden, bewakers, klusjesmannen, etc. Dat hoort gewoon bij de cultuur.
Daarbij hoort ook: werken met je handen is werk voor de armen, voor de onontwikkelden, voor de arme sloebers die bijv. uit het droge Noord-Oosten van het land naar de steden in het Zuiden trekken om daar een baantje te vinden. Als je enigszins kunt, werk je niet met je handen. Dat de vrouw van de priester van de Christengemeenschap bij Aitiara, een Poolse, zelf in haar tuin werkt en haar huis schoonhoudt en dat haar man de afwas doet samen met haar, wordt dan ook als heel gek ervaren, vertelde zij mij. Toen zij – zelf een kleuterleidster - de kleuterleidsters van de school vertelde - als antwoord op hun klaagzang over de poetsvrouw en tuinman die hun werk in en om de klassen niet goed genoeg deden naar hun zeggen - dat zij zelf helemaal alleen acht jaar lang in Polen én kleuterleidster én poetsvrouw én tuinman was geweest, viel hun mond van verbazing wijd open.
Dit aspect van de cultuur betekent een handicap voor het onderwijs: breien, haken, naaien, timmeren, etc. wordt vaak door de kinderen in het begin als geweldig inferieur beschouwd. Bij hén wordt deze drempel echter gemakkelijk overwonnen door het plezier dat het leren van ambachtelijke vaardigheden hen geeft en dat maakt dat bij de ouders ook de scepsis verdwijnt. Vol trots laten zij dan het huis zien, dat hún kinderen hebben gebouwd in de derde klas. Met het opruimen en schoonmaken ligt het echter minder eenvoudig, een taak als: de klas vegen, wordt met vaak gigantische tegenzin en zeer slordig uitgevoerd. (maar ik besef, dat het bij ons maar een heel klein beetje beter is)

In de laatste jaren wordt er veel tijd aan besteed, elementen van de Braziliaanse cultuur op de scholen als uitgangspunt te nemen voor bijv. de sprookjes, de vertelstof, de voorbeelden, de aardrijkskunde, etc. Voor veel vakken is dit niet zo lastig, maar het blijkt moeilijk voor thema’s als de Edda een Braziliaans equivalent te vinden. Op tentoonstellingen zie je in de schriften naast elkaar tekeningen bij de verhalen die ook op de Nederlandse scholen verteld worden en vaak in felle kleuren afgebeelde taferelen uit Braziliaanse verhalen. Met allerlei vakken wordt vaak net een beetje anders omgegaan en in de derde klas is het bijvoorbeeld heel gewoon allerlei soorten huizen te fabriceren, zoals ze in Brazilië voorkomen of met de hele klas een Braziliaans speelhuis te bouwen. Met verve wordt overal aan tuinbouw gedaan; gymnastiek, capoeira (een Afrikaanse vecht-dans), en balsporten zijn heel belangrijk en grote trektochten met de oudere kinderen bijv. naar de bergen of naar zee of stenen zoeken in Minas Gerais, zijn betrekkelijk normaal. Er worden geen eindwerkstukken in onze zin gemaakt, maar eigen onderzoek vindt vaak al in een eerdere klas plaats. Er wordt veel toneel gespeeld, gezongen, gemusiceerd (blokfluit soms al in de eerste klas) en in Vale de Luz wordt het kerstspel met alle klassen opgevoerd, gelardeerd met Braziliaanse muziek en door hele klassen uit volle borst gezongen liederen.
Jaarfeesten worden natuurlijk ook gevierd, en daarbij wordt het vieren van Pasen als het lastigst beschouwd. Dat valt in de herfst en kent dus niet de steun van een ontluikende natuur, zoals hier. Het Johannesfeest, dus midden in de Braziliaanse winter, vormt van oudsher in de cultuur het meest belangrijke feest, en wordt zeer uitbundig gevierd. En over carnaval hoeft helemaal niets gezegd te worden. Een Michaelsfeest vieren vinden ze gemakkelijk, want draken verslaan past wel bij de Braziliaanse volksaard en vruchten zijn er altijd in overvloed. Het verwonderde ons erg op een gegeven moment een leerkracht te horen zeggen, dat de adventsstemming er dit jaar al zo vroeg was. Want als je puft van de warmte en een gevoel van hoogzomer hebt, is dat moeilijk na te voelen. Het is ook een gek gezicht overal al kerstversiering te zien in de winkels en straten, terwijl je in een hemdje op straat loopt.
Het klimaat beïnvloedt de cultuur enorm en maakt dat er veel meer naar buiten wordt geleefd. Brazilianen zijn bijna Italiaans extravert en kunnen heel dramatisch uithalen. Het leven op de scholen ziet er dus ook anders uit dan bij ons. Voor en na schooltijd en in de pauzes wordt bij alle scholen uitbundig gespeeld op de in onze ogen enorme schoolterreinen. Bomen, zand, soms beekjes, hellingen en heel veel ruimte om je in uit te leven zijn bij bijna alle scholen aanwezig. Het klimaat is natuurlijk subtropisch en de gebouwen zijn vaak heel open. Degelijk tochtdicht bouwen is niet nodig. Regenjassen en winterjassen worden bijna nooit gebruikt, een paraplu vormt de bescherming tegen de overvloedige zomerregens. Wel moet je vaak ’s morgens een truitje of vest aan omdat het dan nog wat killer is. Wij waren er nu in de vroege zomer, met temperaturen van 25 – 29 graden, redelijk veel regen, bomen met jong groen en tegelijkertijd enorme hoeveelheden rijpe mango’s, papaya’s, nangka’s (jackfruit), passievruchten, etc. In de tuin van één van onze logeeradressen kon je die allemaal zo van de bomen plukken of van de grond rapen. De kleine aapjes kwamen er dagelijks van snoepen.
Op veel scholen kunnen kinderen met ernstige problemen moeilijk gehandhaafd worden. Remedial teachers zijn er niet, alleen de heilpedagogie is enigszins bekend. Een compleet therapeutisch team is op geen enkele school aanwezig. Alleen in Aitiara werkt een Nederlandse heilpedagoge, Geertje Maris, als remedial teacher. Zij volgde een opleiding bij Hogeschool Helicon en liep stage in Nederland. In SP is daarom de Travessía School opgericht, een soort Tobiasschool. Het is een totaal nieuw soort school, vertelde men ons, want eigenlijk zitten ze op de gewone vrije scholen met de handen in het haar met probleemkinderen. In Travessía is wel een uitgebreid team aanwezig en krijgen de kinderen veel therapieën, vooral kunstzinnige.
Dit gebied is dus vrijwel onontgonnen en het zou de moeite waard zijn, de discipline 'remedial teacher'en het element 'therapeutisch team'op de een of andere manier te promoten in Brazilië.

In de meeste gezinnen krijgen de kinderen erg veel vrijheid, een beetje in de stijl van de anti-autoritaire opvoeding. Er is veel respect voor ze, tenminste in wat meer ontwikkelde milieu’s. Op het platteland genieten zij van wat de enorme ruimte hen te bieden heeft en daar wordt veel aan sport, paardrijden, etc. gedaan.
In de grote steden, bij armere gezinnen ziet het leven er heel anders uit. Daar moeten de kinderen van jongs af aan bijdragen aan het gezinsinkomen door schoenen poetsen, vuilnishopen afzoeken, etc. Er zijn veel straatkinderen en vooral kleine kinderen worden vaak aan hun lot overgelaten. Ook de korte schooltijden, vaak maar vier uur - ’s morgens, ’s middags of zelfs ’s avonds, al naar gelang de leeftijd - maken dat veel kinderen omhangen, scharrelen, diefstalletjes begaan, etc. Veel kinderen worden ook verstoten, omdat de moeder hen niets te bieden heeft en vader afwezig is. En de sociale vangnetten van de grootfamilie zijn in de stad allang niet meer voorhanden, omdat er zo veel armen uit andere staten, bijvoorbeeld Pernambuco en Bahía, afkomstig zijn.
De middagschooltijden van de gemeentescholen Araucária en Vale de Luz zijn daarom met name bedoeld om de kinderen vooral niet naar huis te hoeven laten gaan en worden besteed aan kunstzinnige, ambachtelijke en meer op lichaamsontwikkeling gerichte vakken. Ook de tuinbouw vindt in die uren plaats. Maar die uitbreiding van de normale vier schooluren met de daarbij behorende leerkrachten brengt extra kosten met zich mee, die uit schenkingen bestreden moeten worden.
Website: www.sab.org.br
