Lima is heel verschrikkelijk groot. Zo groot als een nederlandse provincie en er leven vele miljoenen mensen. Extreem rijke en zeer arme: niet zoveel middenklasse 'burgers' zoals bij ons. Het is de hoofdstad van Perú, maar een verhaal apart: bijna nooit regent het er, alleen in wat ter plaatse herfst en winter heet hangt er vaak een klamme nevel. Maar tijdens de zomer is het heet en droog.
Even buiten de stad begint Perú opnieuw: met bergen, die in de verte hoog en groen worden en in het midden van het land tot zevenduizend meter hoog en soms besneeuwd zijn. Dat is, samen met het daar weer achter liggende amazone-oerwoud, het Perú van de toeristen.
In Lima is een goed lopende Vrije School: het Colegio Waldorf. Ruim en plezierig gebouwd, met zo’n driehonderd leerlingen, in een redelijke wijk gelegen, waar ook andere buitenlandse scholen zijn.
De school moet hoofdzakelijk bestaan van schoolgeld, en dat bepaalt wie er heen kan: kinderen van ouders met werk. Wie als ouder zijn baan verliest moet de kinderen van school halen en op z’n best naar een staatsschool laten gaan. Wie geen honderd dollar per maand aan schoolgeld kan besteden kan z’n kind niet naar de Vrije School laten gaan. En voor de leraren geldt: als de school ze niet een stuk beter betaalt dan andere scholen, moeten ze er een baan bij nemen, anders komen ze zelf niet rond. Maar met een bijbaan blijft er minder tijd over voor de vrijeschool…
Het is een prettige school met aardige leraren, gewone Peruaanse kinderen en goede resultaten. Maar het probleem is duidelijk: hoe graag je het anders zou willen – deze school kan slechts voor de happy few zijn.
Al een aantal keren hebben idealistische leraren geprobeerd om – ook - een school voor arme kinderen te beginnen. Ze verdienden dan heel weinig (wat alleen kan als je een wel verdienende partner hebt, of voldoende geld in de familie) en de behuizing was klein, gehorig, afgelegen. Problemen te over en veel van dergelijke initiatieven liepen dan ook stuk op de taaie dagelijkse werkelijkheid: de ouders konden zelfs het beetje schoolgeld niet betalen, de huisbaas zei de huur op, omdat hij van een ander meer kon krijgen, leraren werden ziek en er waren geen vervangers.
Alleen een stuk buiten Lima, in Cieneguilla, ook een arm, verstedelijkt gebied, houdt een projekt van het Schiller-Goethe Instituut, dat is de lerarenopleiding van Perú en daarmee de 'leverancier' van leraren, het hoofd dapper overeind. In de stad zelf was het telkens weer onmogelijk.
Sinds twee jaar is er opnieuw een poging aan de gang om de Peruaanse koppeling: - vrijeschool onderwijs is voor kinderen van rijke mensen, te doorbreken: dat is het Colegio Micael in Zarate, een arm, stoffig stadsdeel.
Door een gift was het mogelijk op een betrekkelijk ruim stuk grond een nieuw gebouw te zetten; er was een lerares die het er allemaal voor over had, ermee begon – en het loopt! Ze hebben nu vijf klassen, heel klein soms, met hier en daar maar een paar kinderen; maar het zijn kinderen uit dat stadsdeel en het is een echte vrijeschool. De grote school helpt, wat al iets bijzonders op zichzelf is en de jonge leraren zijn hard en enthousiast aan het werk.
En hoe nodig het ook blijft om juist de 'grote school' te blijven ondersteunen, want ook daar dreigen soms rampen in een chaotisch land als dit, de leraren van het colegio Micael verdienen vooral hulp van overzee…
Loek Beukman